Vormen van Beleggen: Dit zijn de Keuzes

Wanneer je begint met beleggen, zijn er een aantal zaken waar je over na moet denken. Een van die zaken is de beleggingsvorm die je gaat kiezen. Er bestaan veel verschillende vormen van beleggen en welke je kiest, kan erg belangrijk zijn. Daarom bespreken we in dit artikel de meest populaire vormen van beleggen, zodat je precies weet waarvoor je kiest.

Beleggingsvormen
8 Vormen van Beleggen

1. Aandelen

Aandelen zijn een populaire belegging. Op het moment dat jij een aandeel van een bedrijf of merk koopt, ben je een klein beetje mede-eigenaar. Hierdoor heb je recht op een deel van de winst dat het bedrijf maakt. Gaat het goed en wordt er winst gemaakt, dan wordt jouw aandeel meer geld waard. Wanneer je deze verkoopt, maak jij winst op het aandeel. Gaat het bedrijf achteruit en draait het verlies, wordt jouw aandeel vanzelfsprekend minder geld waard.

Aandelen kun je online kopen via een broker. Deze online ‘bank’ biedt jou de mogelijkheid om de koersen te bekijken van grote én kleine merken, waarna je zelf de keuze maakt waarin je gaat investeren. Heb je geïnvesteerd, ben je dus voor een klein deel mede-eigenaar op economisch gebied. Wanneer je in het bezit bent van een aandeel, ben je niet op juridisch gebied aanspreekbaar. Hiervoor heeft een onderneming een rechtspersoon.

Deze vorm van beleggen wordt gezien als een investering voor de lange termijn. De waarde van aandelen veranderen constant en zijn voor de korte termijn niet te voorspellen. Het aanschaffen van aandelen wordt dan ook vooral aangeraden aan mensen die voor een langere periode een deel van hun geld kunnen missen.

2. Obligaties

Een andere vorm van beleggen is het kopen van obligaties. Door het aanschaffen van een obligatie leen je geld aan een overheid of onderneming. In ruil voor deze investering ontvang je, als obligatiehouder, rente over het bedrag dat je aan de overheid of het bedrijf hebt geleend. In feite is een obligatie dus een schuldbewijs, dat een bedrijf of overheid aan jou heeft uitgegeven.

Obligaties kennen een nominale waarde. Dit is de hoeveelheid geld die de overheid of onderneming in totaal wil ophalen met de lening. Omdat dit vaak om grote bedragen gaat, wordt deze obligatie in kleinere stukjes geknipt. Deze ‘coupures’ worden op de beurs verkocht, vaak in eenheden van duizend euro of een veelvoud daarvan. Als je een stukje van de obligatie hebt gekocht, ontvang je hier couponrente overheen. Deze rente wordt altijd uitgekeerd op een vaste datum, die coupondatum. De hoogte van de rente over een obligatie staat in de meeste gevallen vast, maar soms is de rente variabel.

Deze zogenoemde staats- en bedrijfsobligaties brengen over het algemeen lage risico’s met zich mee. Toch geldt dat niet voor alle obligaties die er op de beurs te vinden zijn. Zo zijn er ook nog converteerbare obligaties, reverse obligaties, zero-coupon bonds en perpetuele obligaties te vinden. Dit zijn obligaties die een beduidend hoger risico met zich mee kunnen brengen. Daarom wordt afgeraden om in deze obligaties te investeren, zolang je geen kennis hebt van de risico’s.

3. Opties

Bij het beleggen in opties koop je het recht om een aandeel te kopen of verkopen voor een vaste prijs. Daarbij gaat het altijd om een ‘pakket’ van honderd aandelen. Opties zijn dus niet goedkoop. De prijs van een optie hangt af van een paar factoren. Zo wordt er gekeken naar de koers van het desbetreffende aandeel, de prijs waarvoor je het aandeel kan kopen of verkopen (uitoefenprijs), de periode waarin je de aandelen mag kopen of verkopen voor deze uitoefenprijs (looptijd) en de kans dat de koers van de aandelen verandert. Wanneer je een optie koopt, is het goed om te weten dat er twee soorten opties zijn.

Call-optie

Een call-optie geeft je het recht om tijdens een bepaalde periode aandelen te kopen. De prijs waarvoor je deze aandelen kopen en de periode waarin dat moet gebeuren, wordt voor de tijd afgesproken. Het bedrag en de periode staan vast en kunnen niet veranderen. Je kan de call-optie ook verkopen. Daarmee verkoop je ook het recht om de aandelen te kopen. Hiermee kun je flink winst maken, maar kun je ook veel verliezen. Stijgt de koers van de aandelen, dan wordt je call-optie meer waard. Maar daalt de koers van de aandelen, heeft waarschijnlijk niemand interesse in jouw call-optie. Gebeurt dit aan het einde van je looptijd, dan is je call-optie waardeloos en verlies je een deel van je geïnvesteerde geld.

Put-optie

Een put-optie geeft je het recht om aandelen tijdens een bepaalde periode juist te verkopen. Net als bij een call-optie wordt de prijs van deze aandelen, en de periode waarin je ze moet verkopen, voor de tijd vastgesteld. Deze kunnen hierdoor niet meer veranderen. Als eigenaar van een put-optie kun je deze verkopen. Daarmee verkoop je ook het recht om de aandelen te verkopen. Het maken van winst gaat net iets anders dan bij een call-optie. Daalt de koers en ben je in het bezit van een put-optie? Dan wordt jouw put-optie meer waard. Maar stijgt de koers, heeft waarschijnlijk niemand interesse in jouw put-optie. Gebeurt dit aan het einde van je looptijd, dan is je put-optie waardeloos en verlies je een deel van je geïnvesteerde geld.

4. Beleggingsfondsen

Een beleggingsfonds is een soort verzameling van aandelen of andere vormen van beleggingen, waarin je als belegger investeert. Wanneer je belegt in een fonds, beleg je niet in één bepaald bedrijf. Je doet een kleinere investering in duizenden bedrijven. Omdat je voor fondsen geen grote smak met geld nodig hebt, is deze vorm van beleggen erg populair. Het ‘mandje’ met aandelen wordt beheerd door iemand anders. Daarvoor betaal je aparte ‘beheerkosten’. Het voordeel van een fonds is dat je geld veel meer verspreid wordt dan wanneer je in individuele aandelen investeert. Grof gezien zijn er drie soorten beleggingsfondsen: aandelenfondsen, obligatiefondsen en mixfondsen.

Aandelenfondsen

Aandelenfondsen beleggen in aandelen van beursgenoteerde bedrijven. Dit kunnen bedrijven van over de hele wereld zijn, uit iedere denkbare sector of regio. Door de investeren in een aandelenfonds, investeer je dus in principe in aandelen van duizenden bedrijven uit één sector of regio.

Obligatiefondsen

Obligatiefondsen beleggen in obligaties van overheden, bedrijven of een mix daarvan. De risico’s bij dit soort fondsen zijn laag, omdat de kans klein is dat een overheid haar verplichten niet na kan komen. Toch zijn er, net als bij iedere andere vorm van beleggen, altijd risico’s in het spel.  Door te investeren in een obligatiefonds, investeer je dus in principe in meerdere obligaties van overheden of bedrijven.

Mixfondsen

Aandelenfondsen en obligatiefondsen kunnen ook gemixt worden. Dit gebeurt in zogenoemde mixfondsen. Een belangrijk kenmerk van mixfondsen is het spreiden van de risico’s, doordat in verschillende beleggingsfondsen wordt geïnvesteerd.

5. Futures (long en short)

Anno 2018 is het mogelijk om in allerlei grondstoffen te beleggen. Goud, zilver, koffie en olie zijn daar bekende voorbeelden van. Ook beleggingen in valuta worden steeds populairder. Vaak gebeurt dit in de vorm van  futures. Futures zijn overeenkomsten waarmee je belegt in de waardeverandering van een product. Deze veranderingen worden gemeten in punten. Hoeveel winst of verlies je maakt per punt, is afhankelijk van de contractgrootte.

Future long

Als je denkt dat de waarde gaat stijgen, koop je een ‘future long’. Bij elke punt stijging, maak je winst. Bij elke punt daling, maak je verlies. Koop je bijvoorbeeld een future long van 350 en is de contractgrootte 200 euro per punt, dan maak je bij een stijging naar 355 vijf punten winst. Dit is 5 x 200 = 1000 euro. Bij een daling van 350 naar 345 maak je dus 5 x 200 = 1000 euro verlies.

Future short

Bij een ‘future short’ maak je juist winst wanneer het puntenaantal daalt en verlies je geld wanneer het puntenaantal stijgt. Koop je bijvoorbeeld een future short van 350 en is de contractgrootte 200 euro per punt, dan maak je bij een stijging naar 355 vijf punten verlies. Dit is 5 x 200 = 1000 euro. Bij een daling van 350 naar 345 maak je dus 5 x 200 = 1000 euro winst.

6. Turbo’s (long en short)

Turbo’s zijn in korte tijd uitgegroeid tot één van de meest populaire beleggingsvormen van Nederland. Met een turbo is het namelijk mogelijk om versneld te beleggen in aandelen, grondstoffen, valuta en obligaties. Dit gebeurt aan de hand van een zogenoemde hefboom. Deze hefboom zorgt er voor dat de winst of verlies hoger is dan wanneer je ‘gewoon’ belegt in aandelen, obligaties, grondstoffen of valuta. Door de hefboom reageert de koers sterker op de ontwikkelingen. De kosten voor de inleg liggen lager, terwijl de kansen op winst en verlies hetzelfde blijven. Net als bij futures zijn er twee verschillende soorten turbo’s, die inspelen op stijging of daling van de waarde.

Turbo long

Verwacht je dat de beurs flink gaat stijgen? Dan is het handig om een turbo long te kopen. Met deze turbo maak je namelijk winst als de waarde van het aandeel, de obligatie of de grondstof meer wordt. Hierbij wordt gekeken naar de onderliggende waarde van het aangekochte product.

Turbo short

Bij het aanschaffen van een turbo short gaat de belegger er van uit dat de onderliggende waarde van een aandeel, obligatie, grondstof of valuta gaat dalen. Er wordt dan ook winst gemaakt wanneer de koers een daling doormaakt. In zowel de turbo long als turbo short zit een vorm van bescherming ingebouwd. Dit heet de ‘stop loss’.

Stop loss

Omdat de risico’s bij turbo’s erg hoog zijn, is er een bepaalde vorm van bescherming ingebouwd. Dit wordt de ‘stop loss’ genoemd. Hoe werkt dit? Als de koers van de aandelen onder een bepaalde koers zakt en jij beschikt over een turbo long, dan eindigt jouw turbo long op die aandelen. Dit voorkomt dat je extreem grote bedragen verliest. Andersom geldt hetzelfde voor de turbo short: deze eindigt als de koers is gestegen tot een bepaalde grens. Deze ‘stop loss’ zorgt ervoor dat je nooit meer geld verliest dan je hebt belegd.

7. Vastgoed

Via het internet zijn er verschillende manieren waarop je kunt beleggen. Toch kun je het geld ook in iets fysieks stoppen. Het kan bijvoorbeeld lonen om te investeren in stenen. Dit noemen we beleggen in vastgoed. Investeren in vastgoed kan op veel verschillende manieren. De meest simpele manier is het kopen van een pand en deze verhuren aan andere mensen. Dit pand kan bijvoorbeeld dienen als woning, kantoor- of bedrijfsruimte. Hier hangt echter een hoog prijskaartje aan en is dus zeker niet voor iedereen weggelegd. Hoewel beleggen is vastgoed veel succesverhalen kent, zitten er ook een aantal valkuilen aan vast.

Zo is het vaak lastig om het juiste pand te vinden. Wanneer je er bijvoorbeeld voor kiest om te beleggen in buitenlands vastgoed, kan het zijn dat je het pand verkeerd inschat. Hierdoor zal het rendement tegenvallen. Een andere valkuil is het investeren in het verkeerde gebied. Dit kan vooral gevaarlijk zijn als je investeert in een hotel, vakantiepark of recreatieplek. Bij vastgoed geldt altijd: de vraag is de belangrijkste factor.

8. Spaarrekening

De laatste vorm van beleggen is misschien wel de meest simpele vorm. Daarnaast brengt het ook de minste risico’s met zich mee: sparen. Dit kan bij iedere bank via een spaarrekening. Over het bedrag dat op de spaarrekening wordt gestort, wordt namelijk een jaarlijkse rente uitgekeerd. Deze percentages worden echter steeds lager, wat er voor zorgt dat sparen steeds minder aantrekkelijk wordt. Toch, voor diegene die weinig verstand heeft van beleggen, is dit de meest verstandige optie.

Wil je investeren in de toekomst? Dan zijn er voor jou genoeg mogelijkheden en manieren, waaronder beleggen. Toch is dit niet voor iedereen weggelegd en zitten er veel risico’s aan het investeren in aandelen, obligaties of andere beleggingsvormen. Daarom zijn er instanties als de Autoriteit Financiële Markten (AFM) die meer informatie geven over beleggen en toezicht houden op deze markt.